Hoe kunnen raden van bestuur zich het best tot de politiek verhouden, als zij dat al zouden moeten doen? Het is een relevante vraag. We hebben daar recent uitvoerig over gesproken, zowel intern als met verschillende bestuurders van internationale ondernemingen.
Zoals vaker bij belangrijke vraagstukken bestaat er geen eenvoudig antwoord. Misschien is het zinvol om, in de geest van Wittgenstein, een reeks observaties naast elkaar te zetten en vervolgens te bezien of daaruit een overkoepelend principe naar voren komt.
Alles is politiek. Tot op zekere hoogte
Het zou naïef zijn te denken dat ondernemingen los van de politiek kunnen opereren, net zoals dat in ons persoonlijke leven niet mogelijk is. Iedere keuze heeft gevolgen. Waar consumenten met hun aankopen impliciet maatschappelijke keuzes maken, geldt dat ook voor zakelijke beslissingen. Daarom is het van belang dat niet alleen de voorzitter, die vaak een leidende rol speelt in de dialoog met beleidsmakers, maar de volledige raad van bestuur voldoende inzicht heeft om hierover een afgewogen gesprek te voeren.
Ook afstand nemen is een politieke keuze, en vaak een reactieve. Voor sommige belanghebbenden, waaronder aandeelhouders, kan dat de indruk wekken dat een onderneming zich onvoldoende verbonden voelt met de samenleving waarin zij actief is.
Dat betekent uiteraard niet dat politieke overwegingen allesbepalend moeten zijn. Ze vormen één factor binnen een bredere afweging.
Politieke activiteiten dienen altijd in relatie te staan tot de onderneming en haar koers.
We besteden hier in de boardroom niet veel tijd aan. Het is onmogelijk om precies te voorspellen wat er gebeurt, dus wij verliezen ons niet in allerlei scenario-oefeningen.
De lange termijn en het grotere geheel
Een structurele dialoog over maatschappelijke thema’s is doorgaans waardevoller en minder gevoelig dan belangenbehartiging gericht op kortetermijnvoordeel. In Europa zien we steeds vaker bestuurders in Brussel verschijnen om onderwerpen te bespreken als technologische ontwikkelingen, energievoorziening en wetgeving rond duurzaamheid, waaronder de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD).
Dit is een vorm van proactief stakeholdermanagement die getuigt van denken op systeemniveau. Zulke vraagstukken verdwijnen immers niet met een wisseling van politieke leiders. Daarom richten ondernemingen zich niet alleen op regeringen, maar ook op de ambtelijke organisaties daarachter, die vaak een langere horizon hanteren dan de politieke werkelijkheid van het moment.
Ambtenaren blijven, net als de maatschappelijke opgaven waarop zij werken. Met zorgvuldig bestuur geldt hopelijk hetzelfde voor ondernemingen.
De kracht van invloed zonder macht
Langdurige betrokkenheid bij blijvende thema’s vraagt om vertegenwoordigers die verder kijken dan het directe resultaat. Voorzitters van raden van bestuur zijn daarvan een goed voorbeeld. Zij worden vaak gezien als vertegenwoordigers van een sector als geheel, niet uitsluitend van hun eigen organisatie.
Daarnaast staan zij op enige afstand van de dagelijkse bedrijfsvoering. Niet alleen feitelijk, maar ook in de perceptie van politici. Dat maakt de dialoog eenvoudiger. Zij kunnen verkennen, aftasten en richting geven. Zij spelen het lange spel.
Voor CEO’s ligt dat anders. Hun agenda vraagt om beslissingen en duidelijkheid. Zij hebben eenvoudigweg minder ruimte voor verkennende gesprekken.
Kies geen politieke zijde
Regeringen zijn tijdelijk. Juist daarom is het belangrijk dat ondernemingen niet worden geassocieerd met één partij of politieke stroming.
Verschillende bestuurders benadrukten dit punt. Een Amerikaanse bestuurder verwoordde het als volgt: “Je moet met beide kanten van het politieke spectrum kunnen samenwerken. Als onderneming moet je kunnen functioneren, ongeacht wie er regeert. Politiek inzicht is daarbij essentieel.”
Wees zorgvuldig in de mate van nabijheid
De vraag is niet óf ondernemingen zich moeten verhouden tot de politiek, maar hoe. En juist dat maakt het complex.
De snelheid waarmee reacties online ontstaan, vraagt om voortdurende alertheid. Daarnaast zien we in sommige landen een groeiende afstand tussen overheid en bedrijfsleven, waardoor beleid sneller van richting kan veranderen.
Naarmate politieke tegenstellingen scherper worden, neemt ook de noodzaak toe om zorgvuldig te handelen. In veel delen van de wereld is het politieke klimaat momenteel beweeglijk.
Wie te dicht bij de politiek staat, loopt het risico zelf als politieke actor te worden gezien. Wie te veel afstand houdt, kan juist de indruk wekken niet betrokken te zijn bij de samenleving waarin de onderneming opereert.
Het vinden van die balans vraagt om bestuurlijke volwassenheid. Net als vraagstukken rond kunstmatige intelligentie en enterprise risk management behoort dit tot de competenties die bestuurders blijvend moeten ontwikkelen. Tegelijkertijd wijst de European Corporate Governance Barometer erop dat Europese raden van bestuur achterblijven bij hun Amerikaanse collega’s als het gaat om aandacht voor geopolitieke ontwikkelingen en technologische vraagstukken.
Ken jezelf
“Blijf trouw aan jezelf”, zegt Polonius in Hamlet.
Raden van bestuur moeten helder zijn over waar zij voor staan en waar niet. Die positie kan zich aanpassen aan veranderende omstandigheden, en soms zal moeten worden afgewogen hoe zichtbaar een standpunt naar buiten wordt gebracht wanneer reputatierisico’s spelen. Transparantie blijft echter in de kern waardevol.
Overheden waarderen het. Klanten waarderen het. Zelfs critici hebben vaak respect voor duidelijkheid.
Zoals een bestuurder aangaf: “Laat je leiden door je kernprincipes en waarden. Dat is de enige manier om met politieke verdeeldheid om te gaan zonder je koers te verliezen.”
Houd de raad van bestuur politiek neutraal
Politiek laat zich niet buiten de bestuurskamer houden. Toch gaven bestuurders aan dat benoemingen met een expliciet politiek doel meestal niet wenselijk zijn.
Een bestuurder merkte op: “Voor de beeldvorming is het niet verstandig. Bovendien zullen mensen die zich niet herkennen in iemands politieke overtuiging daar minder steun voor hebben.”
Een andere bestuurder voegde daaraan toe: “Wanneer politieke contacten van waarde zijn, ligt een rol in een adviesraad eerder voor de hand dan een positie in de formele raad van bestuur.”
Daar bestaan uitzonderingen op. In sterk gereguleerde sectoren, zoals de financiële dienstverlening, of in sectoren waar overheden grote afnemers zijn, zoals defensie, kunnen politieke netwerken soms van bijzondere waarde zijn.
Wat is dan het antwoord?
Is er uiteindelijk één overkoepelend principe?
Dat laat zich moeilijk eenduidig formuleren, omdat zoveel afhangt van context en omstandigheden. Voorzitters moeten richting geven, maar de volledige raad moet betrokken zijn. Politiek ervaren personen horen doorgaans niet thuis in de raad van bestuur, maar soms juist wel. Afzijdigheid is geen optie, terwijl te grote nabijheid eveneens risico’s kent. Bestuurders moeten politiek inzicht hebben, zonder dat politieke overwegingen de boventoon voeren.
Het lijkt op een situatie waarin ogenschijnlijk tegenstrijdige waarheden naast elkaar kunnen bestaan.
Juist daarom moeten raden van bestuur zich laten leiden door hun principes, hun waarden en de context waarin zij opereren. Dat is niet altijd overzichtelijk.
Maar politiek is zelden overzichtelijk. En hetzelfde geldt voor het leven.
Mis nooit een editie
Abonneer op ons wereldwijde magazine voor onze nieuwste inzichten, meningen en artikelen.
Volg ons
Volg ons op LinkedIn - Odgers Nederland - en blijf op de hoogte van actuele ontwikkelingen en de nieuwste inzichten.